Logo’s van links naar rechts: LIMA, KennisAs Ede-Wageningen, mediakunst.net, ARJ.















Een verzameling annotaties over oriënteren en het ontwerp van dingen.

Over identiteit ontwerp:

"Het logo is een van de belangrijkste visuele bouwstenen van een identiteit ontwerp programma en doorgaans het primaire herkenningsteken bij merk ontwikkeling. Het identiteit ontwerp programma fungeert als de visuele code van een organisatie. Een typisch visueel programma bevat principes voor de vormgeving van informatie in verschillende media, zoals lettertype gebruik, kleuren en afbeeldingen, en kan ook product esthetiek omvatten. Deze visuele code helpt mensen


hun weg door informatie vinden en de informatie te traceren naar de afzender.
Merk ontwikkeling, of branding, is de manier waarop de marketing van een product of dienst ervoor zorgt dat mensen het willen gebruiken. Commerciële merken verkopen, concurreren en communiceren aan de hand van een aantal vastgestelde waarden (values). De publieke sector heeft merkcultuur van de particuliere sector overgenomen, maar doorgaans speelt rivaliseren dan een minder nadrukkelijke rol, en ligt de nadruk op waarde(-n) creatie. Een publiek merk gaat over het valoriseren, verzekeren of veiligstellen van de toegankelijkheid van diensten waarvan geen burger uitgesloten dient te zijn."









Bovenaan: mediakunst.net webapplicatie.
Onderaan links en rechts: Kunstwerken & Kunstwerken.


Over informatie ontwerp:

"Voor informatie om betekenisvol te zijn, moet er een ontwerp-ruimte worden gecreëerd of 'geprogrammeerd'. Een kleine visueel gecodeerde ruimte, zoals een lijndiagram, is een nauw gedefinieerd ontwerp programma. Ofwel de twee dimensies van een horizontale en een verticale as waarop statistische gegevens begrijpelijke informatie worden. Een webapplicatie heeft een complexe ontwerp-ruimte met veel samenhangende variabelen als programma, variabelen die 

een visuele codering nodig hebben om te worden begrepen. Omvattend is er het ‘identiteit ontwerp programma’ dat visuele codes gebruikt om bedrijfsdata (of institutionele data) te contextualiseren als informatie, evenals (web-) producten of zelfs hele werkomgevingen.
Veel visuele codes dienen zich lukraak aan. Maar ze ontstaan altijd opzettelijk, mensen maken ze door te ontwerpen. In het algemeen is een ontwerp-ruimte het meest betekenisvol als afleidende ruis minimaal is en ieder aanwezig element bijdraagt aan de weergave van informatie."





Over oriëntatie ontwerp:

"Als we ons oriënteren, zoeken we naar herkenbare omgevingssignalen om ons handelen op af te stemmen. Bijvoorbeeld straattegels die ons vertellen dat er een voetpad is, of onderstreepte tekst in een digitale omgeving die we begrijpen als een hyperlink. Met een toename van functies verdichten ook de visuele codes. De bestrating van het voetpad is niet meer voldoende als omgevingssignaal: een verkeersbord met ouder- en kindsymbool moet worden toegevoegd, of 

de hyperlink is niet present genoeg en moet worden gekoppeld aan een grafische button. Hoewel de functie niet verandert, is het geheel complexer geworden waardoor meer visuele sturing is vereist om de informatie te begrijpen.

Stedelijke omgevingen zijn complexe assemblages waarin veel visuele codes wedijveren met elkaar. Informatieobjecten zoals hieronder getoond of gebruikelijker digitale applicaties helpen bij de systematische ordening van plek-informatie en ondersteunen het navigeren."



Over sociaal ontwerp:

"Ruimtelijke oriëntatie is onlosmakelijk verbonden met een persoonlijke beleving van plaats. Datzelfde geldt in digitale omgevingen. Noties van universele gebruikers of gemene delers programmeren nog altijd veel sociale, politieke, seksuele en culturele oriëntaties. Maar de toename van technologische connectiviteit is voor de verscheidenheid aan ontwerp-ruimten waarin we ons kunnen begeven gunstig geweest. Een voorbeeld is als we de interface van een 
gps applicatie verwisselen voor plaatselijke wegwijzers, dan schakelen we tussen 


ontwerp-ruimten. Veel ontwerp-ruimten coëxisteren en co-opteren waar mensen voortdurend tussen schakelen. Sommigen zijn van een vooral technische aard, waar anderen nadrukkelijk sociaal of cultureel zijn. Inheemse bewoners bewegen zich door ontwerp-ruimten die door uitheemse bezoekers niet waargenomen worden. En in de steden van de wereld volgen mannen en vrouwen vaak verschillende codes.

Door de manieren waarop we ons door ruimten voortbewegen te begrijpen kunnen we aspecten van hun ruimte-ontwerpen synchroniseren en beter afstemmen op persoonlijke oriëntaties.”